Rookmelders op opvanglocaties

Rookmelders zijn een essentieel onderdeel van brandveiligheid. Voor opvanglocaties zijn deze zelfs verplicht; niet alleen voor kinderdagverblijven, maar ook voor gastouderopvang. Met rookmelders voldoe je aan de geldende veiligheidseisen. Hoeveel je er nodig hebt, waar die moeten hangen en nog meer handige informatie lees je hieronder.



Werkende rookmelders

Je kent het wel – je ligt ’s nachts lekker te slapen als ineens de rookmelder begint te loeien. Ineens klaarwakker schiet je uit bed om zo snel mogelijk het piepen te stoppen. Ze zijn dus wel degelijk effectief! Vaak gaan rookmelders op de meest onhandige momenten af om aan te geven dat de batterijen aan vervanging toe zijn.


Ongeacht om wat voor opvanglocatie het gaat, moet deze voldoen aan de veiligheidseisen. Een van die eisen is voldoende werkende rookmelders; of de opvang nu bij de ouder thuis plaatsvindt of bij de gastouder. Vergeet dus niet de batterijen tijdig te vervangen als het vals alarm was.


Waar plaats ik een rookmelder?

Je dient op verschillende plekken in huis een functionerende rookmelder te hebben hangen. Ten eerste is dat in de hal bij de voordeur; als de woning een aparte ruimte bij de achterdeur heeft, dient er daar ook een aanwezig te zijn. Daarnaast moet ook op de overloop van elke verdieping een rookmelder hangen; als je een zolder hebt, dan valt het trappengat daar dus ook onder.


Rookmelders moeten altijd aan het plafond hangen, omdat rook nu eenmaal opstijgt. Zo kan een rookmelder snel alarm geven. Hang deze minimaal 50 centimeter van de muur en ook zeker 30 centimeter uit de buurt van een lamp – deze kan stofdeeltjes aantrekken. Hang een rookmelder níet op plekken waar luchtstroming niet of nauwelijks komt: denk aan plekken waar het tocht, boven de verwarming, of bij een ventilator of ventilatieopening. Heb je een schuin plafond? Plaats de rookmelder dan op 90 centimeter vanaf het hoogst gemeten punt van het plafond – stilstaande lucht in de nok van het plafond kan voorkomen dat rook daar komt.


Maak een vluchtplan

Weten jouw opvangkinderen wat ze moeten doen als de rookmelder afgaat? Weten ze waar ze naartoe moeten vluchten als er brand uitbreekt? Het is raadzaam om dit eens met ze te bespreken. Stel samen een vluchtplan op en neem daar de afspraken in op die jullie gemaakt hebben.


Ook handig: een CO-melder

CO (koolmonoxide) is een giftig gas zonder kleur of reuk. Het ontstaat bij onvolledige verbranding als er te weinig zuurstof aanwezig is. Daarom is het aan te raden om een koolmonoxide-melder te plaatsen bij de cv-ketel, geiser of kachel. Een koolmonoxidevergiftiging is niet alleen een risico bij oude cv-installaties of geisers. Ook bij nieuwe cv-ketels kan er koolmonoxide vrij komen door een installatiefout. Plaats dus ook bij nieuwe ketels een CO-melder. Laat jouw verbrandingstoestel daarnaast jaarlijks controleren door een gecertificeerde vakman.


Strenge controle

De GGD controleert streng of je voldoende werkende rookmelders op de juiste plekken hebt hangen. Wanneer de GGD iets constateert komt dat in het rapport terecht. Jouw gemeente zal dit rapport ook ontvangen en kan besluiten een boete te geven die niet zomaar kwijtgescholden wordt, ook als je de situatie alsnog in orde maakt. Kortom; veel gedoe dat voorkomen kan worden met een paar simpele handelingen – en niet te vergeten een veilig gevoel voor jou en je opvangkinderen.

0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven